"Perspectiefwissel draagt bij aan begrip"

04-12-2017

Joke van Leeuwen bij de 27e EDR-Studiedag.

MEPPEN – “De Nederlandse Joke van Leeuwen is niet alleen één van de origineelste, maar ook één van de meest moedige kinderboekenschrijvers van dit moment”. Dat schreef de Neue Zürcher Zeitung een paar jaar geleden. Deze lofzang werd door Van Leeuwen wederom bevestigd tijdens de 27e Nederlands-Duitse Studiedag van de Eems Dollard Regio (EDR), waar zij te gast was als bekend auteur, illustrator en cabaretière en de dag als eerste spreker opende. Meer dan 100 leraren uit de grensregio reisden af naar Meppen om deel te nemen aan de Studiedag. Het thema dit jaar was: “Goede vrienden kan niemand scheiden… buren in het huidige Europa”.

Joke van Leeuwen daagde de aanwezigen uit om met een andere blik te kijken naar mensen, dingen en gebeurtenissen tijdens haar voordracht “Andersom kijken en denken”. Daarbij speelt het herkennen van zogenaamde verborgen niveaus van betekenis en manipulatieve intenties in communicatie een belangrijke rol. De wereld kan er heel anders uitzien als mensen zich afwenden van hun gewoontes en vastgeroeste perspectieven. Dit illustreerde zij aan de hand van verschillende voorbeelden afkomstig uit reclames maar ook simpelere, praktische voorbeelden. “Toen ik in Nieuw-Zeeland was zag ik een wereldkaart die heel anders was dan de wereldkaarten die wij in Europa kennen. Australië en Nieuw-Zeeland stonden midden op de kaart, terwijl Europa linksboven in de hoek stond. Maar bekeken vanuit het perspectief van een Australiër of Nieuw-Zeelander is dit natuurlijk logisch”, zo sprak de auteur. Het bekijken van zaken vanuit een ander perspectief is zeer belangrijk voor Van Leeuwen: “Wij mogen niet klakkeloos aannemen dat volwassenen standaard ervaringsdeskundigen zijn en kinderen niet. Het aannemen van een ander perspectief draagt bij aan wederzijds begrip.”

De tweede spreker die bekendheid geniet tijdens de EDR-Studiedag werd aangekondigd door dagvoorzitter Elsine Wortelen. “Prof. Dr. Friso Wielenga staat bekend als een uitstekend expert in Duits-Nederlandse betrekkingen.” Wielenga (directeur van het Centrum voor Nederlandse Studies aan de Wilhelms-Universität Münster) bood de deelnemers een gedetailleerd en vermakelijk overzicht ten aanzien van de relatieontwikkeling tussen Nederland-Duitsland sinds 1945 in zijn voordracht getiteld “Buren tussen nabijheid en distantie”. In zijn voordracht werd duidelijk dat de ‘Nachbarschaft’ tussen beide landen grofweg drie fasen doorlopen heeft. “Na de Tweede Wereldoorlog was er, aan beide kanten, sprake van veel vooroordelen en disrespect. Ik karakteriseer dit als een politiek-psychologisch misverstand. Het begrip ‘anti-Duits dekt de lading niet voor de jaren ’45 tot ’53 omdat op basis van gelijke partijpolitieke en confessionele belangen opnieuw contacten met Duitsland ontstonden”, aldus Wielenga. “De Nederlanders waren zich er snel van bewust dat zij de Bondsrepubliek nodig hadden als handelspartner maar ook als partner in het conflict tegen de toenmalige Sovjet-Unie. Mede daarom was Nederland één van de voorstanders van Duitse herbewapening.”

De jaren ’60 werden gekenmerkt door een geleidelijke normalisatie tussen de twee landen. De derde fase van de Nederlands-Duitse relatie begon met een bezoek van de toenmalige Duitse president Gustav Heinemann aan Amsterdam in 1969: “Heinemanns ceremonie met kranslegging was het morele gebaar waar veel Nederlanders op hadden gewacht sinds het einde van de oorlog. De relatie met de Duitse buren verbeterde na deze ceremonie aanzienlijk.” Er was wel een lichte breuk in de betrekkingen na de Duitse eenwording in 1990. “De Nederlanders moesten nu omgaan met een buurman die nog groter was dan voorheen. Zij vreesden dominantie. Deze bezorgdheid werd echter weggenomen. En dus zijn er sinds 1995 geen grote problemen tussen Nederland en Duitsland geweest. Normalisatie deed zijn intrede. De oorlog is nu niet langer een probleem. Maar er is nog wel iets dat volkomen normaal is: de spanning tussen een groot en een klein land. De Nederlanders willen namelijk niet gezien worden als een 17e staat van Duitsland.”

Zowel Joke van Leeuwen als Prof. Dr. Friso Wielenga benadrukten in hun voordrachten dat spraak voor cultureel begrip een grote rol speelt en als het ware een rode draad vormt ten aanzien van de Nederlands-Duitse betrekkingen. Deze draad was duidelijk zichtbaar tijdens de verschillende workshops die ook gegeven werden tijdens de EDR-Studiedag.

In de workshop ”The Majority Approach” legde Jasmijn Bloemert (Rijksuniversiteit Groningen) een innovatief didactisch model uit waarmee, vanuit vier perspectieven, literaire teksten in klassen bekeken worden. Dr. Frauke Gruben van de Universiteit van Vechta presenteerde de basisprincipes voor het schrijven van studieboeken middels de “Easy Language” methode. Peter Geerdink en Lea Timmer vertelden over de mogelijkheden van het project “Vroege Buurtaal!”. Zij zetten zich er voor in om Nederlands en Duits als vakken aan te bieden op basisscholen in de grensregio. “Vroege Buurtaal!” is onderdeel van het koepelproject “Arbeidsmarkt Noord” waarbij de Eems Dollard Regio lead-partner is. Ook alternatieve onderwijsvormen kwamen aan bod, bijvoorbeeld in de workshop genaamd “Circusspelletjes en -oefeningen in de les ter ondersteuning van intellectuele, lichamelijke en sociale competenties”. Onder begeleiding van Diana Trautsch van het Theatereducatiecentrum Lingen, werden de studiedagdeelnemers in een circustent zelf aan het werk gezet.

De 27e EDR-Studiedag wordt in het kader van het INTERREG V A-programma Deutschland-Nederland gefinancierd met middelen uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) alsmede door de  Niedersächsische Staatskanzlei en de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân. Ook wordt ondersteuning geleverd vanuit het Taaluniecentrum NVT Brussel.

« terug